|
Afghaanse avond 15- mei- 2010 Een democratisch politiek alternatief voor Afghanistan
Qader Shafiq:
"Hoe staat nu, in deze 21ste eeuw met de persvrijheid? ". . .
Gisteren stond ik in het Nijmeegse Valkhofpark, bij de ruines van het 12de eeuwse burcht dat door de Duitse keizer Frederiek Babarossa was gebouwd en eind 18de eeuw in opdracht van de provincie Gelderland gesloopt werd. Jammer. Kijkend naar de prachtige rivier de Waal en de kersverse van de grond gekregen Waalsprong, een complete nieuwbouw stadsdeel, met schoonheden en tekortkomingen, dacht ik bij mezelf: waren er toen maar, in de 18de eeuw, kritische journalisten die de burgers informeerden, om op die manier de publieke opinie tegen de sloop te krijgen. Tot ongenoegen van het stadsbestuur zette de provincie het plan door om dat zij acuut het verschuldigde bedrag voor de verovering van Nederland aan Napoleon moesten betalen. Ook toen moesten de geoccupeerde volkeren de bezetters duur betalen. Duidelijk. Welke journalistiek zou in die tijden van onthoofding en brandstapels gedurfd hebben zijn nek uit te steken. Hoe staat nu, in deze 21ste eeuw met de persvrijheid? Je zou zeggen: zonder de vrije journalistiek zou Lucia de Berk Lucia B. gebleven zijn, de Rooms- Katholieke Kerk de vroomste en niemand zou erachter gekomen zijn dat Patricia Paai via de kunstmatige inseminatie een kind wil baren. Maar is de pers altijd en overal vrij? En handeld de pers volgens de ethiek en professionele normen? In aanloop van de’ Afghanistan Conferentie’ van vorig jaar in Den Haag hebben verschillende dagbladen een oproep geplaatst aan de minister van Buitenlandse Zaken waarin voor gratie voor de tot dood veroordeelde Afghaanse journalist Sayed Parvez Kambakhsh gepleit werd. De Nederlandse journalistenorganisaties zoals ‘het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren en Nederlandse Vereniging van Journalisten’ spraken hun zorg uit over de verslechtering van de persvrijheid in Afghanistan. De vraag was hoe president Karzai kan werken aan de opbouw van een democratische samenleving als er geen vrije pers is. Een vrije pers is immers noodzakelijk om corruptie en machtsmisbruik aan het licht te brengen; om met onderzoeksjournalistiek de werkwijzen van drugshandel bloot te leggen. Maar ook om economische en maatschappelijke ontwikkeling mogelijk te maken door relevante informatie te verstrekken aan de bevolking en nieuwe initiatieven aandacht te geven. Een vrije pers is nodig in ieder land om mensen een stem te geven, op de hoogte te brengen van hun rechten en informatie uit te wisselen zodat ze geïnformeerde beslissingen over hun eigen toekomst kunnen nemen. Maar hoe vaak hebben deze platforms aan de bel getrokken hoe het met de journalistiek in Nederland gaat? In 2004 werd Jaap de Hoop Scheffer secretaris-generaal van de NAVO. Zijn opdracht was om de VN- gemandateerde ISAF operatie naar de zuidelijke provincies uit te breiden waar sinds 2001 door de VS geleide operatie gaande was. Daarmee zouden andere landen die voorheen kritiek hadden op de oorlogshandelingen en schendingen van de rechten van de mens in het kader van Enduring Freedom, verlengstuk van deze operatie worden. Toen kwam het verzoek van een missie naar Uruzgan waar velen in dit land hun twijfels over uitspraken. Wisten de Nederlandse burgers dat alles? Wisten wij dat de hoop van de Afghanen, die na het verdrijven van het Taliban-regime teruggekeerd was, weer dreigde te verdwijnen? Men raakte steeds meer teleurgesteld in de bedoelingen van de Westerse landen die zeiden de democratie te bewerkstelligen. De Afghanen zagen hoe hun beulen, de krijgsheren en drugsbaronnen de zetels van volksvertegenwoordiging bezetten. Van rechten voor vrouwen was helaas niet veel terecht gekomen. Terwijl de wereld dacht dat er een einde was gekomen aan de vrouwenonderdrukking, klonken vanachter de door het westen gefinancierde katheders de vrouwbedreigende stemmen. Kortom het beloofde fundament van trias politica verdween onder een lawine van vuiligheid. De wereld, onder druk van het neoconservatieve Bush-doctrine en onder de hypnose van de exotisch geklede en vloeiend Engels sprekende zetbaas van de Amerikanen, Karzai, geloofde in de opklaringen boven het door duisternis bedekte land. Geen enkele journalist heeft zich ooit afgevraagd wie die Taliban was die door Peter ter Velde van het NOS journaal geïnterviewd werd. Een Nederlandse Afghaan zou bij het zien van het interview gezegd hebben: "Dat is geen Taliban...". Ter Velde liet een Iraniër zien, gekleed als een Saffraan-boer uit Uruzgan. Trouwens, hoeveel saffraan en hoeveel fruit zijn er vanuit Uruzgan op de Nederlandse markt gekomen? Was minister Bert Koenders van ontwikkelingssamenwerking daar niet mee bezig? Niemand heeft geweten dat een onlangs uitgezonden spraakmakende VPRO tegenlicht programma, de in scene gezette Taliban vertoonde. In deze wereld van oorlogen, doden, wezen, ontheemden en vluchtelingen wordt vaker geen openheid van zaken gegeven. Leugens omwille de grote belangen zijn altijd gelegitimeerd. Berichtgeving is ook vaak gemanipuleerd, omdat strijdende partijen de kwetsbaarheden van de nieuwsindustrie weten uit te buiten. Jullie kennen het: “Dit artikel is door ministerie van defensie gecontroleerd op gevoelige informatie die de veiligheid van de Nederlandse militairen in gevaar kan brengen.” Afgelopen december heeft de media veel aandacht besteed aan de hoogtepunten van het afgelopen decennium. Maar Afghanistan, en zeker Uruzgan, had daarin een minimale plek.
Hoe gemotiveerd ‘onze' jongens en meisjes zijn. Berichtgeving over hun
gevoelens van angst, gebrek aan comfort en hun tranen domineert. Waar blijven de reportages over de dingen die niet goed zijn gegaan? De tranen veroorzaakt door toedoen van de Nederlandse militaire operaties? De onschuldige doden van Chora en Baluchi vallei? Dames en heren, Embedade BN-ers informeerden ons over de voortgang van de wederopbouw in Afghanistan. Welke journalist heeft zich ooit afgevraagd hoe de ouders, vooral de moeders van de omgekomen kindjes die naast de omgekomen soldaat Timo omkwamen, het maken? De vader van Timo is nu terecht een bekende Nederlander. Wat vinden de bijna 40.000 Afghaanse Nederlanders? De inzet van de expertise en motivatie van de hier woonachtige Afghanen bij de benadering van de ontwikkelingsprogramma’s die zowel een goede bijdrage kan leveren aan de effectiviteit van het werk als het gevoel van trots voor deze vluchtelingen , is nooit onderwerp van discussie in de media geweest. Je kunt niet langer langs Afghanen met natuurlijk gezag heen, hier praat ik over intelligentsia zonder oorlogsverleden, met beruchte elementen samenwerken. Met de kennis van nu kom ik tot de conclusie dat we niet zomaar weg kunnen gaan uit Afghanistan. We kunnen de toekomstige generaties van Nederland niet weer het trauma van uitbuiter zijn laten bezorgen. Is het niet interessant om te weten wat we hebben achtergelaten? We waren daar ruim acht jaar bezig geweest, wat gaat er nu gebeuren als we weggaan? Gisterenochtend hoorde ik de verslaggever van Radio 1 journaal uitgebreid rapporteren over de terugtrekkingsoefening uit Uruzgan waar 16.000 militairen aan deel nemen. Nemen ze alles mee naar huis? De laffe houding van de Nederlandse opiniemakers, columnisten en intellectuelen ten aanzien van Afghanistan zal veranderen pas wanneer we daar weg zijn. Dan zullen zij met de analyses en commentaren komen van: Wat is er fout gegaan? Wat deden we daar überhaupt? Deze vragen zullen niet worden gesteld aan Jaap de Hoop Scheffer, Henk Kamp, Bert Koenders en Jan-Peter Balkenende. Maar aan de nu onwetende, en straks met psychosociale problemen kampende militairen. Onze jongens en meisjes!
www.jawananebedaar.nl
|