جوانان بيدار

 Een op de drie kinderen in Afghanistan werkt

 

 

Hasib is twaalf jaar en werkt in een winkel in de Afghaanse hoofdstad Kabul, waar hij fietsen repareert. Hij vindt dat hij boft, omdat hij een vak leert waar hij de rest van zijn leven wat aan heeft. Maar toen hij op zijn negende in de winkel begon, moest hij wel van school af. Hij kan daardoor niet lezen en schrijven.

In november vorig jaar meldde Oxfam International dat ongeveer 7 miljoen Afghaanse kinderen niet naar school gaan. En dat terwijl sinds 2001 het aantal kinderen dat onderwijs volgt is vervijfvoudigd. Vijf miljoen kinderen zitten in Afghanistan wél op school, maar Oxfam waarschuwt dat armoede, het moeten betalen van schoolgeld en het feit dat veel scholen te ver weg liggen veel ouders ervan weerhoudt hun kinderen onderwijs te laten volgen.

Een op de drie kinderen werkt

 

Volgens Unicef werkt één op de drie kinderen in Afghanistan, omdat hun familie anders het hoofd niet boven water kan houden. Op deze manier ontstaat er een generatie van ongeletterde kinderen die in de armoedespiraal gevangen zullen blijven. "Afghanistan heeft het hoogste aantal kinderen in de basisschoolleeftijd - tussen de 7 en 12 jaar - ter wereld," zegt Roshan Khadivi van Unicef. "Dus ondanks de successen die zijn geboekt, zijn er altijd nog veel kinderen in afgelegen gebieden die niet naar school gaan."

Unicef probeert ervoor te zorgen dat deze kinderen alsnog onderwijs gaan volgen. Het valt niet mee om dat voor elkaar te krijgen. Unicef helpt bijvoorbeeld voormalige kindsoldaten, bij wie nogal wat obstakels overwonnen moeten worden voordat ze weer een normaal leven kunnen leiden. "We leren hen lezen en schrijven en ze kunnen ook het vak van timmerman of een ander beroep leren, zodat ze weer in de maatschappij kunnen integreren. De kinderen en hun familie willen graag meedoen, maar door de onveilige situatie en de armoede kan niet iedereen meedoen," zegt Khadivi.

De meeste ouders in Afghanistan willen dat hun zonen en dochters naar school gaan, maar door geldgebrek is dat niet altijd mogelijk. Op het platteland weerhoudt ook de sociale druk hen ervan om hun dochters onderwijs te laten volgen.

In Torkam draagt een meisje stukken metaal op haar hoofd. Ze gaat ze in buurland Pakistan proberen te slijten. Omdat douanebeambten coulant met kinderen omgaan, worden ze vaak ingezet om over de grens spullen te verkopen. Foto: Unicef/HQ96-0907/Roger LeMoyne

Bedelen en drugshandel

 

Volgens de Onafhankelijke Mensenrechtencommissie voor Afghanistan staat een groot aantal kinderen bloot aan de ergste vormen van arbeid. Steeds meer kinderen leven op straat en worden door volwassenen tot bedelen aangezet. Anderen hebben verschillende baantjes, variërend van tapijtwever tot drugshandelaar.

De tienjarige Amanullah is zo'n kind dat op straat leeft. Met een blikje waarin hij stukjes hout en zaadjes verbrandt, loopt hij langs voorbijgangers. De rook van het smeulende vuurtje moet hen geluk brengen. Sommige mensen geven Amanullah wat geld. "Ik verdien 75 cent per dag en kan daarvan wat brood kopen," vertelt hij. "Ik leef met mijn ouders, vijf zussen en vijf broers in een tent. Ik ben de oudste en moet het werk doen. Mijn vader kan geen baan vinden. Als hij naar de stad gaat om werk te zoeken, zeggen de mensen tegen hem dat hij daar te oud voor is."

Bron: Radio Free Europe/Radio Liberty

 

 

www.jawananebedaar.nl