جوانان بیدار

 Manifestatie

 STEM VOOR RECHTVAARDIGHEID IN NEDERLAND

 

 

10- januari-2009

Amsterdam- De Dam,

 

HET AFGHANISTANSPEL,

 

‘VAN AS ADVOCATEN’

Hoe het Vluchtelingen uit 1951 door Nederland wordt verkracht, hoe honderden Afghaanse gezinnen, die hun toevlucht hebben gezocht in Nederland na de komst van de Taliban in 1996, door Nederland zijn verraden en terug worden gestuurd naar Afghanistan om in handen te vallen van hun vroegere vijanden, hoe honderden gezinnen uit elkaar worden gescheurd door het Nederlandse Artikel 1F-beleid.

Toespraak van Mr. Drs. P. B. ph. M. Bogaers,

Advocaat te Nieuwegein,

 1-    Als een dief in de nacht heeft de Nederlandse overheid een nieuw type asielzoekers gecreëerd, misdadigers, die geen misdaden hebben begaan. 

De beschuldiging tegen hun luidt, dat zij officieren of onderofficieren zijn geweest in het veiligheidsapparaat van Afghanistan in de periode 1978- 1992, de tijd van de Russische bezetting van Afghanistan tot 1989 en de tussenperiode tot 1992 tot de komst van de Mudjaheddin. 

2-    Het gaat om een groep van zo’n 350 mannen, die hun gezinnen hun toevlucht hebben gezocht in Nederland nadat de Taliban aan de macht was gekomen in 1996. In totaal gaat het om zo’n 1.000 tot 2.000 mannen, vrouwen en kinderen. velen van hun waren al als vluchteling door Nederland toegelaten, maar op het moment dat zij na vijf jaar hun Nederlanderschap aanvroegen, werden zij het doelwit van het zogenoemde Artikel 1F- beleid. plotseling werd hen tegengeworpen, dat zij zich schuldig hadden gemaakt aan oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid. zonder dat er sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit en zonder dat er sprake is van een strafrechtelijke veroordeling werd deze hele groep als schuldig aangemerkt ingevolge het Vluchtelingenverdrag. Dat was reden om al deze mensen niet in aanmerking te laten komen voor bescherming als vluchteling. Zij worden massaal ongewenst verklaard, waardoor zij geen aanspraken kunnen maken op sociale voorzieningen of de bijstand en geen arbeid mogen verrichten en hun banen verliezen. Zij raken kortom al hun rechten kwijt. De laatste maanden is Nederland ertoe overgegaan om in toenemende mate mannen van deze groep te isoleren, in bewaring te stellen en terug te sturen naar Afghanistan. Afghanistan is niet veilig. In juli 2008 heeft Nederland zijn burgers afgeraden naar Afghanistan af te reizen of in Afghanistan te verblijven. De Taliban, de vijand van Nederland en van het huidige Afghanistan onder president Karzai, heeft weer zo;n 80% van Afghanistan in handen en beweegt zich ook in de hoofdstad Kabul. De teruggezonden mannen worden blootgesteld aan gevaar van de zijde van hun vijanden, de Taliban, waar zij indertijd vaak na detentie ternauwernood aan konden ontsnappen. Hun vrouwen en kinderen in Nederland zijn veelal in het bezit van een verblijfsvergunning of zijn al Nederlander. Honderden gezinnen raken nu uit elkaar gerukt, waarbij de rechter machteloos toeziet. Fundamentele mensenrechten als het recht op gezinsleven worden niet geëerbiedigd. Het mensenrecht niet te worden blootgesteld aan terugzending naar een land, waar men te vrezen heeft voor vervolging (het belangrijkste artikel van het Vluchtelingenverdrag) wordt massaal geschonden. Wat dit betekent voor de eerbiediging van het recht op leven, vrijwaring en willekeurige arrestatie en te worden blootgesteld aan marteling of aan enige andere vernederende behandeling of bestraffing laat zich raden. 

3-    Dit uitzettingsbeleid is fundamenteel onrechtvaardig. Het is immers gebaseerd op een politiek document van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Spelleider is de minister van Buitenlandse Zaken, die grote druk heeft uitgeoefend op de ambassademedewerkers toen nog in Pakistan (Islamabad) om een zo negatief mogelijk officieel rapport (algemeen ambtsbericht) in elkaar te flansen over de voormalige medewerkers, officieren en onderofficieren van de KhAD (de toenmalige staatsveiligheidsdienst tot 1986) en de WAD (het ministerie van Staatsveiligheid) tussen 1986 en 1992.  

In dit ambtsbericht van 29 februari 2000 staat de bewering centraal: “Alle onderofficieren en officieren zijn werkzaam geweest in de macabere afdelingen van de KhAD en de WAD en zijn persoonlijk betrokken geweest bij het arresteren, ondervragen, martelen en soms executeren van verdachte personen”. Dit wordt in hetzelfde ambtsbericht uitgewerkt met de mededeling “Zoals reeds vermeld, hebben alle onderofficieren en officieren van de KhAD en de WAD zich schuldig gemaakt aan schendingen van de mensenrechten. Onder- officierenen officieren konden immers niet binnen de KhAD en de WAD functioneren indien zij niet concreet blijk gaven van hun onvoorwaardelijke loyaliteit aan het communistische bewind. (…) Als eerste plaatsing werden onder- officieren en officieren tewerkgesteld op de afdelingen bij de KhAD en de WAD die zich concreet bezighielden met de opsporing van “staatsgevaarlijke elementen”. Het roulatiesysteem zorgde ervoor dat de medewerkers dikwijls van de afdeling wissleden. (…). In de praktijk betekent dit dat alle onder- officieren en officieren van de KhAD en de WAD hebben deelgenomen aan de ondervraging en marteling van al dan niet vermeende tegenstanders van het communistische bewind”.

Zonder uitzondering bij wege van categorische imperatief worden alle officieren en onder- officieren schuldig verklaard door de Nederlandse overheid. Nederland staat daarin evenwel volledig alleen. 

4.       Wie onderzoek doet naar de herkomst en de bronnen van dit algemene ambtsbericht weet, dat dit ambtsbericht een leugenachtig samenraapsel is van ongegronde en nergens op gebaseerde beschuldigingen. Toch komt Nederland hier, tot nu toe, mee weg. Echter, de minister van 22 november 1999. Toen was er niet sprake van alle onder- officieren en officieren, maar werd er nog gezegd: “Een promotie tot officier kon niet plaatsvinden indien men niet op correcte wijze van zijn of haar loyaliteit had blijkgegeven”, waaraan werd toegevoegd: “ Om te voorkomen dat personen een grote machtsbasis opbouwden binnen een bepaald departement dienen in het algemeen KhAD/WAD- medewerkerste rouleren binnen de organisatie. Dit betekent dat vrijwel alle KhAD/WAD- onderofficieren en – officieren betrokken zijn geweest bij het arresteren, ondervragen mishandelen en soms executeren van verdachte personen”. Het begrip “vrijwel alle” uit individuele ambtsbericht van 29 februari 2000 verandert in het begrip “alle”. 

5.       Wie kennis neemt van de algemene ambtsberichten over Afghanistan wordt getroffen door het ronkende anti- communistische taalgebruik. Feiten, meningen en conclusies worden door elkaar gehaald. Dit begon met een artikel in Vrij Nederland op 22 februari 1997 onder de titel :moordenaars, meer dan 35 Afghaanse oorlogsmisdadigers lopen in Nederland vrij rond”. Vervolgens bleek dat de journalist Slats van Vrij Nederland samenwerkte met Halim Tanwir en zijn Mudjaheddinorganisatie Al Bader (halve maan) uit Almere en tevens met tolken uit het tolkenbestand van het ministerie van Justitie, de IND. Tegen alle regels van privacybescherming in, is daarbij het indis- systeem geraadpleegd. Tal van ongefundeerde bechuldigingen werden gekoppeld aan een lijst van 35 namen. Later bleek dat Halim Tanwir werkte voor het Landenbureau Afghanistan van de IND en daardoor invloed had op het artikel 1F-beleid, dat vervolgens vorm kreeg. Op 1 januari 2000 vroeg de minister van Buitenlandse Zaken aan de ambassade in Islamabad om de conclusie van het eerdere ambtsbericht aan te scherpen. De minister had heel goed door dat door dat de formulering dat alle onder- officieren van de KhAD en de WAD persoonlijk betrokken zijn geweest bij het arresteren, ondervragen en martelen en soms executeren van verdachte personen uitzonderingen uitsluit en dat de aandacht van de Nederlandse pers zeker kon worden verwacht. De minister verwachtte een uitdrukkelijke bevestiging van dit onderdeel van het ambtsbericht “omdat het deel- ambtsbericht na verschijning vermoedelijk ook door de media en belangengroeperingen zeer kritisch gelezen zal worden”. Men wilde de toekomstige politieke druk tot verantwoording weerstaan. 

6.       Het huidige beleid van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is, dat men hoe dan ook weigert tot een actualisering van het ambtsbericht van 29 februari 2000 te komen. Objectief onderzoek zou niet meer mogelijk zijn of zoals de minister dat stelt: “De mogelijkheden voor het nieuwe onderzoek in het Afghanistan worden ook beperkt doordat het landgebonden asielbeleid ten aanzien van Afghanistan (…) internationaal bekend zou zijn. Daardoor zou niet met zekerheid een oordeel te geven zijn over de betrouwbaarheid en objectiviteit van thans te raadplegen ter zake kundige bronnen, de bronnen die in ht verleden geraadpleegd zijn daaronder mede begrepen”. 

Echter: de minister van Buitenlandse Zaken heeft nooit kunnen uitleggen waarom de in 1999 geraadpleegde bronnen betrouwbaar waren bij uitstek beschikten over kennis van de KhAD/WAD om tot zulke conclusies te komen. Buitenlandse Zaken heeft van meet af aan, willens en wetens getuigenverklaringen verdonkeremaand, die niet geverbaliseerd zijn en niet vatbaar zijn gemaakt voor heronderzoek. Het resultaat is van een schaamteloze manipulatie door Buitenlandse Zaken, dei daarmee een staat vormt in de staat, waarvan het Ministerie van Justitie dankbaar gebruik maakt in vluchtelingenzaken. 

7- Ook de vluchtelingenorganisatie van de verenigde Naties, de UNHCR, heeft nog in mei 2008 uitdrukkelijk verklaard in een notitie over de structuur en de wijze van werken van de KhAD/WAD in Afghanistan 1978- 1992, dat er geen enkele bewijs is gevonden om te kunnen concluderen tot het bestaan van een roulatiesysteem binnen de KhAD/WAD. De UNHCR is niet in staat te bevestigen dat er sprake was van een systematische politiek van roulatie binnen de KhAD/WAD. 

NB  Wie ook maar de VN- documentatie bestudeert uit de periode 1978- 1992 (de zogenoemde A- en E- stukken) kan evenmin komen tot de conclusie dat er sprake was van een dergelijk roulatiesysteem. 

NB  Een van meest gezaghebbende kenners van Afghanistan, Dr. Antonio Giustozzi uit Engeland van de London School of Economics heeft regelmatig beklemtoond, dat een dergelijk roulatiesysteem in zijn optiek niet bestaat ondanks al zijn onderzoek in Afghanistan. Deze man doet elke drie maanden onderzoek in Afghanistan over het geweld in dat land en is ook deskundige over de periode 1978- 1992. Hij heeft meermalen meegedeeld, dat het geen aanbeveling verdient als minister van Buitenlandse zaken te rade te gaan bij de toenmalige vijanden van de DVPA-regering van de Taliban. Dat is hier wel gebeurd. Zie ook het NRC-Handelsblad van dinsdag 2 december 2008 over zijn expertise. 

8- Op 22. mei 2008 heeft de voorzitter van de Afghaanse parlement, Qanooni, in antwoord op mijn vragen aan de voorzitter van het Nederlandse parlement laten weten, dat Nederland welkom is om zelfstandig onderzoek te doen naar de positie van de KhAD/WAD in de periode 1978- 1992. Ook volgens het Afghaanse parlement berust het Nederlandse beleid op een politiek spel, waarbij Nederland spelleider is en waarbij gebruik is gemaakt van politieke krachten, die er alles aan gelegen was om de toenmalige DVPA- autoriteiten en hun veiligheidsdiensten in diskrediet te brengen en iedereen te belasteren. 

9- Op 30 december 2008 kwam het bericht naar Nederland dat het Afghaanse parlement bereid is het verzoek van het Comité 1F- beleid om nader zelfstandig onderzoek te gaan doen naar het algemene ambtsbericht van 29 februari 2000 in Afghanistan te honoreren, maar dat de verzoeken zoals neergelegen in brieven van Mr. Bogaers uit oktober 2008 via de autoriteiten van Nederland naar Afghanistan moeten worden gezonden. Het Afghaanse parlement is bereid om een commissie te ontvangen die nader onderzoek gaat verrichten, maar zij willen dit verzoek ontvangen via de Nederlandse autoriteiten. zelf is het Afghaanse parlement bereid om mogelijkheden voor verder onderzoek te scheppen en het werk van het Comité 1F- beleid, mede- organisator van deze manifestatie, te steunen.

 

10- Ondertussen heeft Nederland het algemene ambtsbericht van 92 februari 2000 aan andere lidstaten van het Vluchtelingenverdrag verkocht, waaronder naar verluidt ook het Verenigd Koninkrijk. Zonder aandacht van de Nederlandse wetenschap en publieke opinie kan die tij niet worden gekeerd. Het algemene ambtsbericht van 29 februari 200 moet van de baan. Of zoals het Nederlandse Juristencomité voor de Mensenrechten op 24 januari 2008 het heeft geformuleerd in zijn NJCM-commentaar over de positie van mensen met een 1F-status en hun gezinsleden, zal het artikel 1F-beleid moeten worden gegrondvest op de vraag of personen als individu inbreuk hebben gemaakt op de mensenrechten, respectievelijk zich schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden/misdaden tegen de menselijkheid om aan hen de uitzonderingsclausule van artikel 1F Vluchtelingen verdrag tegen te kunnen werpen en hen geen bescherming te bieden, waarbij overigens als basis een absoluut uitgangspunt dient te gelden dat artikel 3 EVRM intact blijft. Het gaat om individuele schuld en niet om schuld vanwege het behoren tot een groep, zoals het algemene ambtsbericht van Buitenlandse Zaken heeft bepaald.  

11- Overigens heb ik één zaak kans gezien de categorische imperatief van de minister van Buitenlandse Zaken te doorbreken, terwijl er juist in Afghaanse zaken geen sprake mag zijn van enige uitzondering. Terwijl het Bureau Land en Taal van de IND zelf een verbod had opgelegd van de artikel 1F Unit van de IND om toch te komen tot een positieve beslissing, is dat in die zaak genegeerd. Ook de militair geschoolde voorzitter va de Unit 1F-commissie van de IND, tevens jurist, kon niet accepteren dat het algemene ambtsbericht voor de DVPA’er en officier gold. Het Ministerie van Justitie zit naar eigen zeggen in de maag met de algemene ambtsbericht van Buitenlandse Zaken over Afghanistan. Daar is alles reden toe.

 12- Nederland is er tot nu toe vanwege gebrek aan aandacht vanuit de bevolking in geslaagd om deze morbide en macabere politiek voort te zetten, waarbij een substantiële groep van mensen in hun meest fundamentele rechten worden geschaad en tot mensen worden verklaard. Nederland is erin geslaagd een nieuw type politieke gevangenen te creëren: misdadigers die geen misdaad hebben begaan. Dit moet stoppen.

 

 

Nieuwegein, Amsterdam, 10 januari 2009              P. B. Ph. M. Bogaers,

                                                                                 Advocaat te Nieuwegein

 

Verder lezen: www.tekenvoorrechtvaardigeidinnederland.nl

                         www.stemvoorrechtvaardigheid.nl

                         www.bogaerdsbussum.nl

                         www.verspers.nl

 

www.jawananebedaar.nl