
Ter dood veroordeeld in
vier minuten
INTERVIEW, Van onze verslaggever Noël van Bemmel
gepubliceerd op 14 maart 2008 02:46, bijgewerkt op 14 maart 2008 10:43
AMSTERDAM - De Afghaanse student journalistiek Parvez Kambaksh is ter
dood veroordeeld. Zijn broer Yaqub Ibrahimi, een kritisch journalist,
vreest dat hij het ware doelwit is van warlords.

Sayed Yaqub Ibrahimi, de broer van de ter
dood veroordeelde journalist Sayad Parvez Kambaksh, zoekt steun in
Nederland. (Joost van den Broek / de Volkskrant)
Sayad Yaqub Ibrahimi (27) is in Europa om steun te zoeken voor zijn
jongere broer Sayad Parvez Kambaksh (23). Die zit sinds oktober in een
Afghaanse gevangenis. Ter dood veroordeeld wegens het downloaden van een
artikel waarin de achtergestelde positie van vrouwen binnen de islam aan
de kaak wordt gesteld. Vandaag geeft Yaqub een lezing in Den Haag en
debatteert hij met journalisten en politici. De veroordeling van Parvez
ondergraaft volgens sommigen de missie in Afghanistan.
Hoe gaat het met uw broer?
‘Hij maakt zich zorgen. Maar wel minder dan de eerste keer dat ik hem
opzocht. Hij heeft op tv gezien dat de hele wereld achter hem staat.
‘Na zijn veroordeling in januari hebben we beroep aangetekend tegen het
doodvonnis en gevraagd of het hoger beroep kan worden verplaatst van de
lokale rechtbank in Balkh naar Kabul. Daar is de invloed van warlords,
plaatselijke commandanten, en extremisten kleiner en hebben
mensenrechtenorganisaties hun kantoren. Dat verzoek is goedgekeurd,
hoorde ik deze week! Dat is heel bijzonder in Afghanistan en moet wel
met de internationale druk te maken hebben.’
Hoeveel steunbetuigingen hebben jullie ontvangen?
‘Miljoenen. Alleen al één Turkse krant stuurde 500.000 namen door. Uit
India kwamen honderdduizenden steunbetuigingen en ook in Europa is veel
steun. President Karzai blijft echter vaag, al is hij enorm onder druk
gezet door diplomaten en ontwikkelingsorganisaties.’
Wat heeft Parvez precies gedaan?
‘Hij heeft een jaar geleden elf pagina’s gedownload van internet.
Geschreven door een Iraanse student in Europa die daarin de
achtergestelde positie van de vrouw aan de kaak stelt. Parvez heeft dat
doorgegeven aan medestudenten als discussiestuk; niks bijzonders.
Extremistische studenten hebben dat artikel later uitgeprint, mijn
broers naam erboven gezet, en dat zo doorgegeven aan de mullah-raad. Die
veranderde later de aanklacht in het downloaden van een godslasterlijk
artikel.
‘Daarna verschenen boze extremisten op straat. De geheime dienst belde
mij om te zeggen dat Parvez zich moest melden voor zijn eigen
veiligheid. Dat was al twee keer eerder gebeurd, maar ditmaal ging hij
de gevangenis in. Acht dagen is hij verhoord, met weinig slaap en ze
dreigden met executie. Zijn proces in januari duurde vier minuten,
waarbij hij zich niet mocht verdedigen.’
Wat staat er in dat stuk, dat hij zo hard wordt aangepakt?
‘De auteur vraagt zich bijvoorbeeld af waarom een man vier vrouwen kan
nemen, maar een vrouw niet vier mannen. De toon is onderzoekend. Het
gaat ook helemaal niet om dit artikel. Of om de stukken die Parvez
schreef voor de plaatselijke krant. Die zijn niet kritisch, dat kan ook
helemaal niet in Afghanistan.’
Waar gaat het dan om?
‘Mijn broer is veroordeeld om mij te pakken. Dat proberen ze al jaren.
Sinds ik in 2003 ben gaan schrijven voor IWPR (Institute for War & Peace
Reporting, een internationale organisatie die onafhankelijke
journalistiek stimuleert, red.). Ik schrijf kritische stukken die worden
geplaatst in Duitse, Italiaanse en Canadese media. Daarom durven ze mij
niet direct te pakken.
‘Ik heb goede bronnen in afgelegen gebieden waar warlords nog absolute
macht hebben. Ik heb beschreven hoe een commandant een vechthond ruilt
tegen een meisje van 11 jaar, tienerjongens jarenlang seksueel worden
misbruikt als dancing boys en dorpelingen maandelijks ‘belasting’ moeten
betalen als zij besluiten te vertrekken.’
Gaat u daarmee door?
‘Het Westen heeft alleen maar oog voor de Taliban. Maar de warlords zijn
misschien wel erger; oorlogsmisdadigers met invloed onder rechters en
politici. Die democratie en openheid tegenwerken. En met succes. Sinds
mijn broer in de gevangenis zit, kan ik niet meer werken aan mijn
verhaal over bijvoorbeeld de manier waarop warlords andermans land
afpikken.’
Heeft u gehoord van de Wilders-film?
‘Ik volg dat. Maar vraag me er alsjeblieft niks over. Mijn broer is ter
dood veroordeeld vanwege een vergelijkbare kwestie.
برگرفته از روزنامهء مردم 14-
03- 08
www.jawananebedaar.nl
|