
Warlords noodzakelijk
kwaad of het probleem?

De veroordeling van het doodvonnis tegen
van Sayed Parvez Kambakhsh was unaniem, vrijdag tijdens het debat over
persvrijheid in Afghanistan. Maar hoe het verder moet in het door geweld
verscheurde land? Daarover lopen de meningen uiteen.
Op
uitnodiging van De Journalist en de NVJ gingen vrijdag in Nieuwspoort in
Den Haag VVD-Kamerlid Hans van Baalen, Pvda-Europarlementariër Thijs
Berman en NOS-journaliste Tahmina Akefi met elkaar in debat. Yaqub
Ibrahimi, de broer van Sayed Parvez, verzorgde een inleiding en mengde
zich ook in het debat, dat onder leiding stond van Harm Ede Botje.

Yaqub
Ibrahimi schetste in zijn inleiding een somber beeld van Afghanistan.
Sinds de warlords (de vroegere Mujahedien die tegen de Russische
bezetters vochten) in 2006 in het parlement zijn gekozen, zakt het land
weer weg in het moeras van onvrijheid. De warlords weten wetten
aangenomen te krijgen die de prille vrijheden in het land weer beperken.
Rechtstreeks gevolg is ook, dat zijn broer is aangepakt wegen het
verspreiden van een artikel waarin de ongelijke vrijheden van man en
vrouw in de islam werd besproken. Het leidde tot een doodvonnis.In
afwachting van zijn hoger beroep zit Kambakhsh vast.
Ibrahimi
deed een oproep aan de internationale gemeenschap het lot van zijn broer
niet uit het oog te verliezen. Ook riep hij de internationale
gemeenschap op niet alleen strijd te voeren tegen de Taliban, maar ook
de warlords aan te pakken. Alleen zo kunnen vrijheid en vrede een kans
krijgen in Afghanistan.
Journaliste Tahmina Akefi, die opgroeide in Afghanistan en de media
aldaar volgt, onderschreef het verhaal van Ibrahimi. De misdadigers van
weleer zitten nu ongestraft in het parlement en richten daar grote
schade aan. Oppakken en opsluiten, luidde haar advies.
VVD-Kamerlid Van Baalen vond dat te kort door de bocht. ‘Ik ga ze niet
verdedigen, maar de internationale gemeenschap moet met iemand
samenwerken. Die les hebben we wel in Irak geleerd, waar alles wat met
de Ba´ath-partij van Saddam Hussein te maken had gehad in de ban werd
gedaan. Later moesten onder die mensen toch weer agenten gerekruteerd
worden, omdat het land anders niet opgebouwd kon worden.’
Ibrahimi
bestreed de lezing van Van Baalen: ‘Het zijn maar twaalf warlords
waarover we praten zonder duidelijke achterban. Het land wordt niet nog
onstabieler als je die groep aanpakt.’ Van Baalen liet zich niet
overtuigen. ‘In Afghanistan blijft het voorlopig doormodderen. Er is
geen ideale aanpak. Wel vind ik dat als de warlords zo’n kleine groep
vormt, het tijd wordt dat de Afghaanse bevolking zijn
verantwoordelijkheid neemt en dit soort mensen niet in het parlement
kiest.’
Dat kan
alleen, betoogde Ibrahimi, als het onderwijs verbetert. De onwetendheid
in Afghanistan is groot en staat eigenlijk elke ontwikkeling in de weg.
Daarvoor kreeg hij welde handen van de parlementariërs op elkaar.
Pvda-Europarlementariër Thijs Berman riep op tot voorzichtigheid in het
debat. ‘Sayed Parvez zit nog gevangen. Het hoger beroep moet nog
plaatsvinden. Dan moeten we vanuit Europa niet al te harde woorden
richting Afghanistan uiten. Daarmee spelen we de extreme krachten aldaar
in de kaart en wordt het moeilijker voor rechters het vonnis te herzien.
Het is onbestaanbaar dat het vonnis ten uitvoer wordt gebracht, maar
laten we met al te felle protest even wachten. Ik hoop dat zoiets niet
meer nodig is na het hoger beroep.’
www.jawananebedaar.nl
|